Bestrating is een belangrijk onderdeel van elke tuin. U kan verschillende wandelpaden aanleggen
langs alle belangrijke plaatsen in de tuin. Men kan ofwel kiezen voor rechte paden met hoeken,
of voor kronkelpaden met bochten. De stijl van de tuin zal bepalend zijn voor de stijl van
de paden. Ook welk materiaal u gebruikt voor de bestrating zal afhankelijk zijn van uw voorkeur
in combinatie met de stijl die u wenst te volgen.
Er zijn veel verschillende soorten van bestrating in de handel te krijgen. Moderne tuinen kunnen
bijvoorbeeld voorzien worden van bestrating uitgevoerd in blauwe hardsteen. Dit is een zeer mooie
en stijlvolle tegel die perfect aansluit bij strakke potten en plantenbakken. Deze tegels zijn
verkrijgbaar in lichtgrijs of donkergrijs en de prijs ligt rond de 40 a 50 euro per vierkante
meter. Het is een zeer duurzame steensoort die goed bestand is tegen slijtage en vorst.
Het aankopen van tegels of stenen voor de bestrating van uw tuin is 1 zaak. Deze op de correcte
manier plaatsen is een andere. Er bestaan talloze patronen waarin u de stenen kan leggen. Ook hier
zal persoonlijke voorkeur de doorslag geven bij de keuze van het patroon dat u wil leggen. Moderne
en strakke tuinen varen wel bij strakke legpatronen, terwijl klassieke tuinen dan weer meer baat
hebben bij het molenpatroon of visgraatpatroon. U kan uiteraard ook verschillende soorten stenen
door mekaar gebruiken. Zo is het zeer mooi om moderne blauwe hardsteen te combineren met rustieke
plavuizen of leisteen.
Sommige patronen geven de bestrating meer weerstand tegen het verschuiven van de stenen. Tegels
die recht op recht liggen (met rechte voegen) hebben sneller de neiging te gaan verschuiven ten
opzichte van elkaar, vooral indien de ondergrond niet goed werd voorbereid. Een legpatroon waarbij
de stenen elkaar gaan ondersteunen zorgt er voor dat uw project lange tijd zijn schoonheid blijft
behouden. Brede voegen tussen gladde stenen geven minder stevigheid dan nauwe voegen tussen ruwe
stenen.
Er worden ook andere eisen gesteld aan de ondergrond van de bestrating naarmate het gebruik
veranderd. Bij gewone wandelpaden volstaat een mengeling van zand en cement als ondergrond.
Bestrating die voor een garage ligt en waar een wagen over moet kunnen rijden, moet goed vast
liggen en bestand zijn tegen regen en ijs, en het gewicht van de wagen kunnen dragen zonder
te verzakken.
Wanneer u als bestrating gewoon grind kiest, dan hoeft u niet veel voorbereidingen te treffen.
Grind kan men gewoon uitstrooien over de bestaande grond. Men moet er wel voor zorgen dat men
een voldoende dikke laag aanbrengt (tussen 15 en 20 centimeter dik). Grind is ook zeer goed
waterdoorlatend, dus u zal geen problemen hebben met plassen die blijven staan. Na verloop van tijd
kan het zijn dat u grind moet bijvullen omdat dit voor een deel in de grond wegzakt. Het is
misschien ook interessant om de zijkanten van de paden af te boorden met stenen. Hierdoor
blijft het grind waar het hoort.
Voor alle andere vormen van bestrating moet u over een degelijke fundering beschikken.
Indien u werkt zonder, of ongeschikte fundering, dan loopt u het risico dat na verloop van
tijd de tegels gaan verzakken. Op een losse ondergrond, zoals gewone tuingrond, moet een dikke
fundering gelegd worden. Deze losse ondergrond moet ook eerst goed aangetrild worden. Dit kan
men doen met een speciale machine die men kan gaan huren bij een verhuurcentrum voor tuinmachines.
Bij gewone wandelpaden is een dunnere laag stabilisatiecement voldoende. Opritten hebben dan weer
een dikkere laag nodig. Veel is dus afhankelijk van de ondergrond, het gebruik, en de soort
van bestrating. U kan in vrijwel elke doe-het-zelf zaak of bouwmarkt een kant en klaar mengsel
kopen dat men kan gebruiken als funderingsmateriaal. Indien u twijfelt kan u best eerst raad
vragen aan een vakman.
De voegen kan u opvullen met wit zand. Let op!! Wit zand blijft niet eeuwig tussen de tegels
zitten. U zal de voegen op regelmatige tijdstippen weer voor een deel moeten opvullen.
Bij dergelijke voegen heeft men ook vrij snel last van onkruid dat hier tussen groeit. Het
is beter en uiteraard veel sterker om de voegen op te vullen met cement of voegmortel. Wees
hier echter zeer voorzichtig mee. Cement kan sommige natuurstenen aantasten met onherstelbare
schade tot gevolg. Het opvoegen moet zorgvuldig gebeuren zonder de stenen te besmeuren.
Geen enkele tuin is compleet zonder terras. Ook wandelpaden met klinkers of tegels zijn
onmisbaar. Het gebruik van houten tegels is af te raden. Deze zullen snel zeer glad worden
doordat ze vrij makkelijk begroeien met mos.
Indien u toch kiest voor een terras of wandelpaden met hardhout tegels of planken, dan moet u
dit regelmatig behandelen tegen mos. Men kan tegels gebruiken van beton of klinkers, of men kan
kiezen voor tegels in natuursteen. Betonnen tegels en klinkers hebben een ruw oppervlak zodat
uitglijden vrijwel uitgesloten is. Toch moet men ook deze regelmatig behandelen met een produkt
dat mos tegengaat.
Tegels in natuursteen hebben een veel mooier uitzicht, maar ze zijn wel gladder dan betonnen tegels.
Wellicht de meest voorkomende en bekendste natuursteen zijn de klassieke kasseien. Ze zijn
zeer hard, duurzaam en vorstbestendig. Het grootste nadeel is dat ze zeer glad worden indien
ze nat zijn.
Klinkers kan men krijgen in alle kleuren en vormen. Je hebt betonklinkers en je hebt kleiklinkers.
Betonklinkers worden gegoten en kleiklinkers worden gebakken. Ze zijn kleurvast en hebben een
lange levensduur. Ook zijn ze ongevoelig voor vorst en ze zijn waterdoorlatend waardoor de
vorming van plassen op het terras verminderd of zelfs uitgesloten is.
De nieuwste trend zijn de grote betontegels. Deze zijn verkrijgbaar in verschillende kleuren
en afmetingen met een maximum grootte van 1 meter op 1 meter en 8 centimeter dikte. Naast de
klassieke vierkanten tegels bestaan er ook zeskantige tegels. Deze zijn moeilijker te verwerken
maar geven een minder strak eindresultaat.
Het beton dat voor deze tegels gebruikt wordt is meestal voorzien van stukjes natuursteen
waardoor ze een ruwer uitzicht krijgen. Ook de bovenzijde van de tegels kan speciaal behandeld
worden waardoor ze van uitzicht veranderen. Zo kan men geribde tegels hebben of tegels waar een
bepaald patroon wordt in uitgeslepen. Het meest bekende zijn wellicht de tegels waarbij de kiezels
zeer goed zichtbaar zijn.
Als u de tegels op voorhand koopt maar nog niet direkt gaat leggen, zorg er dan voor dat u deze
op een zo droog mogelijke plaats bewaard. Laat ze ook in de verpakking zitten indien mogelijk.
Hierdoor voorkomt u dat de tegels bevuild kunnen worden of kunnen natregenen. Tijdens het plaatsen
dient men tegels uit verschillende pakken te mengen. Hierdoor vermijd u dat u grote stukken
vloer krijgt die onderling van kleur verschillen.
U hebt het volgende gereedschap nodig om vlot te kunnen werken: Een spade en een schop, een
rubberen hamer, een rolmeter, een slijpmachine met een schijf geschikt om steen te snijden,
een kruiwagen, een lange ijzeren of aluminium lat, een waterpas, een betonmolen voor de aanleg
van een groot terras (anders volstaat een mengkuip) en een truweel.
Om te beginnen moet men de omtrek van het terras aanduiden. Op elke hoek klopt men een paaltje
in de grond waaraan men een touw bevestigd. Maak het touw vast aan elk paaltje zodat u een goed
idee krijgt van hoe groot uw terras uiteindelijk zal worden.
Vervolgens moet men een deel van de grond afgraven. Men kan niet zomaar beginnen met beton te gieten
op zwarte bosgrond. Deze moet eerst afgegraven worden tot op de stabielere onderlaag welke
normaal op 20 of 25 centimeter diepte begint, soms kan dit dieper zijn. Probeer in elk geval nooit
om beton te gieten op een onstabiele ondergrond. Dit zal na verloop van tijd resulteren in scheuren
in het beton.
Zorg er in elk geval ook voor dat u diep genoeg uitgraaft zodat het terras lager ligt dan de
fundering van de woning. Dit wil zeggen, het terras mag niet boven de onderzijde van de terrasdeur
uitkomen, wat ook logisch is. Ook moet u er voor zorgen dat u het terras laat afwateren naar
de tuinzijde. Hierdoor kan het regenwater mooi wegspoelen waar anders het water tegen de woning
zal blijven staan. Meestal is een verschil van 2 tot 3 centimeter voldoende om een goede afwatering
te bekomen.
Wanneer u diep genoeg gegraven hebt kan u beginnen met het gieten van het beton. Voor een groot
terras kan u best het beton laten leveren door een bedrijf, voor een klein terras kan u eenvoudig
zelf het beton gieten. Een laag beton van 10 tot 15 centimeter is meestal voldoende. U kan eventueel
een bekisting maken waarin het beton wordt gegoten, maar dit is niet echt nodig.
Het is wel aan te raden om op het zand een plastiekfolie te leggen en het beton daarop uit te
gieten. Het plastiekfolie zal er voor zorgen dat het vocht uit het beton niet te snel in de
ondergrond zal dringen waardoor het beton tijdens het droogproces zijn sterkte niet verliest.
Het is ook beter om het beton te voorzien van wapeningsnetten. Deze zullen er voor zorgen dat
het beton niet zal breken tijdens kleine verzakkingen in de ondergrond.
Voor wandelpaden is het niet nodig om een betonnen onderplaat te gieten. Meestal volstaat het
om als ondergrond een mensel van zand en cement te gebruiken (Meng 1000 kilogram zand met 100 tot
150 kilogram cement). Het tuinpad eerst voor een deel uitgraven tot wanneer men een vaste
ondergrond heeft. Hierop wordt dan het zand-cement mengsel uitgestort.
Hou er rekening mee dat u na het uitstorten van het zand-cement mengsel snel moet beginnen met
het plaatsen van de klinkers of de kasseien. Onder invloed van de vochtigheid in de grond en
de luchtvochtigheid zal het mensel beginnen uit te harden waardoor het na verloop van tijd onmogelijk
is om de stenen nog in het mengsel te drukken.
De klinkers of kasseien worden zonder voeg tegen mekaar gezet. Na het plaatsen moet men de kleine
voegen opgieten met zeer fijn zand. Gebruik een borstel om het zand in de voegen te brengen. U kan
de volgende dag dit proces herhalen tot wanneer alle voegen mooi opgevuld zijn.
Het maken van het beton voor het terras gaat als volgt:
Neem 3 delen cement, 6 delen zand en 13 delen grind. Doe alles in de betonmolen en laat dit
goed mengen. Voeg water toe tot wanneer het mengsel stevig genoeg is maar niet meer uit elkaar
valt. Het beton moet blijven kleven aan de schop. De betonplaat moet in 1 keer gegoten worden.
Probeer dit werk dus zeker op 1 dag klaar te hebben.
Met de metalen lat trekt u het beton mooi glad. Hoe langer de lat hoe moeilijker dit is, maar
ook hoe vlakker het beton komt te liggen. Bij zeer warm weer, of wanneer het beton in de volle
zon ligt, moet u dit regelmatig nat sproeien om een te snelle verdamping van het water te
voorkomen. Bij te snelle verdamping kan het beton gaan scheuren. Gebruik de tuinslang om er
een zachte nevel over te spuiten.
Na 1 week kan men zonder problemen over het beton lopen. Het is echter aangewezen om 3 tot 4 weken
te wachten vooraleer men begint met het plaatsen van de tegels. Voor u de tegels legt moet u
het beton goed proper maken. Gebruik water en een schuurborstel om de betonplaat zuiver te maken.
Nadien afspoelen met water en droogtrekken.
Om een zeer goede hechting te bekomen van de tegels strooit men eerst een beetje cement op het
beton en verdeel dit gelijkmatig met een borstel. Maak vervolgens het beton een beetje nat zodat
u het vochtige cement met de borstel in het beton kan wrijven. De mortel die u gebruikt om de
tegels vast te leggen bestaat uit 2 delen cement en 3 delen zand. Voeg er ook een waterafstotend
produkt aan toe. Probeer een bol te maken van de mortel. Wanneer u hier op knijpt mag er geen
water uitkomen en de bol moet mooi samenblijven.
Leg een laag mortel van 2 tot 3 centimeter op het beton. Bestrijk geen te grote oppervlakte in 1
keer. Mortel droogt zeer snel. Leg de tegels voorzichtig in de mortel en druk ze zachtjes aan.
U kiest zelf of u met een voeg wil werken of niet. Indien de betonnen ondergrond zeer vlak is
kunnen de tegels ook gelijmd worden. Hiervoor bestaan er speciale lijmsoorten in de handel.
Als afwerking moeten de voegen nog opgevuld worden. Dit kan u ofwel doen met gewoon fijn zand
of met voegcement.